TijdlijnwerkTijdlijnwerkTijdlijnwerkTijdlijnwerkTijdlijnwerk

Tijdlijnwerk

Een tijdlijn is een ruimtelijke voorstelling van hoe iemand zijn algemene relatie tot tijd organiseert en begrijpt. De persoonlijke tijdlijn of levenslijn omvat de weergave van tijd in de hersenen. Slechts door de weergave van tijd hebben wij een verleden, heden en toekomst. Tijd wordt dus op een bepaalde manier door onze hersenen gerepresenteerd.

Al onze ervaringen, beelden, geluiden en gevoelens slaan wij op door middel van onze zintuigen en onze hersenen rangschikken deze ervaringen in tijd en ruimte met behulp van deze zintuiglijke waarnemingen (submodaliteiten). We coderen dus onze ervaringen en rangschikken deze op een bepaalde manier en zo coderen wij tijd. Als wij tijd niet zouden kunnen ordenen zouden we ernstig in de knoei raken. Tijdbewustzijn maakt leren en plannen mogelijk.

Tijdsbeleving en de invloed van je tijdslijn op je leven

Iedereen heeft zijn eigen persoonlijke manier om tijd te coderen. Daardoor kunnen we (onbewust) dingen herkennen uit ons persoonlijke verleden, heden of toekomst. Tijd is bovendien een heel relatief begrip. Soms ervaart de ene persoon iets als lang en de ander hetzelfde als kort. Ook in jezelf heb je vast wel de ervaring dat soms de uren voorbij lijken te vliegen en soms dat seconden eindeloos duren. Dat heeft te maken met de manier waarop wij tijd beleven. 

Men heeft ontdekt dat de manier waarop wij tijd coderen een geweldige invloed heeft op wie we zijn en hoe we ons gedragen, op onze motivatie, zelfvertrouwen en emoties. Ben je bijvoorbeeld meer gericht op het verleden of meer op het heden of de toekomst? Dan heeft dit invloed op hoe je de wereld bekijkt en hoe je gemotiveerd wordt. Heb je een hele korte toekomstlijn omdat je bijvoorbeeld hebt besloten niet langer te leven dan je ouders of is het verleden heel vaag omdat je graag dingen wilt vergeten. 

Als iemand geen toekomstlijn heeft, hetzij omdat deze geblokkeerd is of is samengevloeid met de verleden-tijdlijn dan zou het kunnen dat iemand gedeprimeerd of zelfdestructief is, te weinig motivatie heeft of onmogelijk een toekomst kan plannen of zijn werk organiseren en succesvol zijn of het gevoel heeft continu in kringetjes rond te lopen. Vaak is het veranderen van de manier waarop je tijd codeert de oplossing van moeilijkheden, maakt het bepaalde taken gemakkelijker of maakt het het gewenste verlangen meer acceptabel.

Werken met tijdlijnen

Om te werken met je tijdlijn, kun je deze op de grond uitleggen of je kunt een tijdlijn visualiseren in de ruimte. Het doel van werken met tijdlijnen:

  1. We kunnen hierdoor gebeurtenissen die zich binnen ons leven afspelen, beter leren begrijpen en beheersen
  2. Je kunt beperkingen van je huidige tijdlijn aanpakken
  3. Je kunt het verleden en de toekomst veranderen

Oefeningen

1. Ongewenst en beperkend gevoel kiezen

Kies een ongewenst en/of beperkend gevoel. Kies een situatie (kort geleden) waarin je dit gevoel hebt ervaren. Herinner je deze situatie helemaal: wat gebeurde er toen, wie of wat waren in deze situatie aanwezig, wat voelde je, welke gedachtes had je, wat zag je om je heen, welke geluiden waren aanwezig? Beleef de situatie helemaal en houd dan het gevoel dat je over deze situatie hebt vast.

2. Teruglopen in de tijd

Ga lekker zitten en sluit je ogen. Maak contact met het vervelende gevoel en pak denkbeeldig een fotoboek van je leven en blader in dit fotoboek, Ga terug in de tijd, alsof ieder jaar een bladzijde uit een plakboek is en dat je de bladzijden terugslaat. Wandel als het ware door je plakboek. Vraag het onbewuste de ervaringen met hetzelfde of vergelijkbare gevoel uit het verleden op te roepen. De herinneringen hoeven geen logisch verband met elkaar te hebben. Maak van elk van deze situaties een denkbeeldige foto. Ga zover mogelijk terug in de tijd. Ga net zolang terug totdat je bij het moment komt waarvan je denkt dat het de eerste keer is dat je dit gevoel hebt ervaren. Vaak is dat in je jeugd maar dat hoeft niet persé.

3. Vind een hulpbron

Neem nu alle foto’s die je in gedachten gemaakt hebt in je hand. Kijk eens naar jezelf op deze foto’s en bekijk de foto van je eerste herinnering nauwkeurig. Wat zie je op deze foto? Wie en wat zijn aanwezig? Wat gebeurde er daar precies? Wat deed je daar? Wat waren je gevoelens en gedachtes? Heb je daar een besluit genomen?
Als je dit goed hebt bekeken, vraag jezelf dan af wat jou had kunnen helpen in deze situatie. Je bent nu volwassen en hebt veel meer levenservaring. Hoe had jouw jongere zelf deze situatie ook kunnen beleven, welke gedachte of welke gemoedstoestand zou het gevoel over deze situatie veranderd kunnen hebben, wat zou je jongere zelf kunnen helpen zich goed te voelen over zichzelf in die situatie? Welk(e) gevoel/gedachte is nodig om deze situatie anders te bekijken en het oude gevoel over deze situatie te transformeren? Je huidige zelf weet nu wat het jongere zelf daar nodig heeft. Wat zou je nu aan je jongere zelf willen zeggen of geven met alle kennis en ervaring die je nu hebt, waardoor je jongere zelf deze situatie anders kan beleven en hier een andere betekenis aan kan geven en hoe zou je jongere zelf zich dan voelen? En wat heb je van deze situatie geleerd? Beleef en doorvoel dit alles, want dit vormt samen de nieuwe hulpbron. Je kunt deze hulpbron als je dat wilt een naam geven.

4. Neem deze hulpbron mee op de tijdlijn

Maak helemaal contact met dit nieuwe gevoel en de nieuwe gedachtes die daarbij horen. En kijk nu met deze blik, met dit gevoel naar je eerste foto. Wat verandert er nu in positieve zin? Let op: het gaat om jouw gevoel over deze situatie, de situatie en de mensen zelf veranderen niet, wel kan je kijk op de situatie en de mensen die erbij zijn, veranderen door dit nieuwe gevoel. Misschien is er meer begrip. Als het helemaal goed voelt, kijk dan naar je andere foto’s. Voel dit nieuwe gevoel en deze nieuwe gedachtes ook bij de andere foto’s. Voel, kijk en ervaar wat deze nieuwe hulpbron voor je doet terwijl je naar alle foto’s kijkt. Wat verandert er voor jezelf? Wat verandert er in je gevoel en hoe veranderen je gedachtes?

5. Test voor de toekomst

Denk nu aan een toekomstige situatie waarin het ongewenste gevoel waar je mee begon zou kunnen optreden. En bekijk deze toekomstige situatie met je nieuwe hulpbron. Hoe is dat nu? Je mag ook de nieuwe situatie met de nieuwe hulpbron fantaseren: hoe zou je nu reageren met de nieuwe hulpbron die je nu tot je beschikking hebt. En beleef deze nieuwe toekomstige situatie helemaal met deze nieuwe hulpbron. Hoe voelt dit?